TIP: Leer eerst je stad/buurt/wijk kennen

Erg belangrijk in de outreachende werkvorm is dat je een goed contact kunt opbouwen met je doelpubliek. Beginnende werkers focussen vaak heel hard op dit aspect. Toch raden we aan om hier niet van bij aanvang de nadruk op te leggen.

Neem eerst de tijd om je buurt en wijk goed te leren kennen. Loop rond, verken alle hoekjes en plekken en vooral, observeer. Dompel jezelf onder in het stedelijk gebeuren. Ga na waar je de doelgroep waar je mee wil werken vindt en op welke momenten ze daar zijn. Door te observeren kan je al heel wat te weten komen over hun leefwereld, wat hen boeit en waar ze mee bezig zijn. Vertrek vanuit een positieve omgevingsanalyse in plaats van een focus op problemen. Een handig hulpmiddel in deze verkenningsfase is het letterlijk in kaart brengen van de buurt en het doelpubliek. Zo geef je jezelf een werkwijze en ga je het gevoel tegen dat je doelloos rondloopt in de aanvangsfase. Een luchtfoto van je buurt, wijk of stad bestuderen, kan je bijvoorbeeld een dieper inzicht verschaffen in de grenzen tussen openbare en niet-openbare ruimte.

 100_5940  IMGP3490 

“Zelf ben ik niet van Lokeren. Ik begin dus als outreachende werker met het leren kennen van de stad. Dit is echter niet zo evident als het lijkt: ik loop 8 uur per dag op straat, leer mijn weg zoeken en straatnamen onthouden. Er is me aangeraden om niet direct kost wat kost contact te zoeken met mogelijke gasten, dus heb ik niet echt een heel concrete bezigheid. Al gauw overvalt me een vreemd gevoel: Wat ben ik hier eigenlijk aan’t doen? Ik dool wat rond en ik word er voor betaald. Dit kan je toch bezwaarlijk werken noemen? Ik zoek naar een techniek om mijn ronddwalen in Lokeren een doel te geven. Ik wil het gevoel hebben dat ik met iets constructiefs bezig ben. Vanuit mijn opleiding als sociaal pedagoog herinner ik me een techniek om steden letterlijk te lezen en in kaart te brengen. Dat is wat ik wil doen: de stad lezen zoals ze is alvorens ik er meningen over te horen krijg. Ik ga de straat op en breng een aantal zaken in kaart die me meteen opvallen aan Lokeren. Ik begin bij de talrijke politiecamera’s die niet uit het Lokers straatbeeld te weren zijn. Van elke camera die ik tegenkom trek ik een foto en duid de ligging aan op een kaart. Hetzelfde doe ik met graffiti, satellietschotels, schoolpoorten, pleintjes, vuile plekken, zogenaamde ‘vindplaatsen’,…

Terug op bureau zet ik al deze fenomenen op transparanten zodat ik ze overeen kan leggen. Misschien zegt een vergelijking van hun ligging wel iets over de stad. Ik vind het bijvoorbeeld interessant om alle graffitiplekken te vergelijken met de ligging van de camera’s. Het feit dat de graffiti buiten het zicht van de camera’s gebeurt zegt toch iets?

Tijdens mijn eerste weken op straat in Lokeren blijf ik deze techniek consequent toepassen. Ik merk bij mezelf een verandering op: ik heb niet meer het gevoel doelloos rond te lopen en kan met verschillende blikken naar mijn omgeving kijken. Ik krijg meer oog voor detail…”